Geschiedenis van de Aerendheemgroep

De vereniging ‘De Arnhemsche Padverkenners’ Troep I groen (NPO) werd in 1911 opgericht. Hieronder lees je de rijke geschiedenis van de huidige Aerendheemgroep. Volgens de gegevens Scouting Nederland is onze groep momenteel de 10 na oudste groep van Nederland die nog bestaat!

Ons oprichtingsverhaal

Padvinderij In Arnhem ontstond in 1911 onder leiding van Hopman N.S. Blom. De Arnhemse Padverkenners kortweg A.P.V. genoemd was de eerste padvindergroep in Arnhem. In 1912 had onze groep 28 leden en was aangesloten bij de Nederlandse padvinders bond (N.P.B), de voorloper van Scouting Nederland. De N.P.B. telde toen landelijk in totaal 410 leden.

Indien men bij een patrouille wilden toetreden moest je een “proeftijd” doorstaan. In die proeftijd was men nog niet gerechtigd een uniform te dragen. Werd men na de proeftijd aangenomen, dan mocht men het uniform dragen, wat toen bestond uit een Kahki-hoed, groene blouse met groene das, bruine broek, lange kousen met een groen bandje en hoge zwarte schoenen.
De opkomsten, ook wel oefeningen genoemd, werden vaak in een bos in de buurt gehouden en duurde vaak een hele dag. Ook werden er vaak oefeningen gehouden met scoutinggroepen uit andere plaatsen.

Groepsfoto Aerendheemgroep 2010
De Arnhemsche Welpen-troep met Verhorst

Eerste vrouwelijke welpenleidster

In de beginjaren was er geen echt vast clubgebouw en kreeg onze groep een ruimte van de gemeente toegewezen om hun bijeenkomsten te houden. Deze plekken waren allemaal gelegen in het centrum van Arnhem.Het eerste vaste clubgebouw wat we kregen toegewezen was ook in het centrum van Arnhem. In het gebouw genaamd “De Trans”. In 1921 had de A.P.V. de primeur van de eerste vrouwelijke welpenleidster van Nederland( M.H.J. Verhorst). Hieronder een foto van haar met haar welpen in ons toenmalig clubgebouw “De Trans”.

Helaas is dit gebouw tijdens de oorlog door bombardementen verloren gegaan. Een zeer stijlvolle stamhut werd ingericht aan de Jansbinnensingel. Helaas brandde die stamhut volledig uit op sinterklaasavond 1948. Alles ging verloren waaronder de oude vlaggen zoals de ‘prins Hendrikvlag’, logboeken, etc.

De Konnamper

Net na de 2e wereldoorlog in 1948 kreeg onze groep een plaats aangewezen aan de rand van Arnhem. Daar bouwde de verkenners uit het materiaal van noodwoningen en ruines een blokhut. Op deze locatie houden we nu nog steeds onze opkomsten. Wel is in de afgelopen 60 jaar de blokhut flink uitgebreid en gerenoveerd. In 1971 kreeg de blokhut de naam Konnamper (‘Kon-Amper’ vanwege de financiële moeilijkheden.)

In 1976 bestond onze groep 65 jaar en kregen we van de landelijke vereniging een zilveren Jacobstaf als onderscheiding. In de voorganger van Scouting, de padvindersbeweging, in het bijzonder in de Nederlandse Padvindersbeweging NPV, is het lange tijd een symbool geweest voor het vinden van de goede weg. Het zilveren symbool van de Jacobsstaf is sindsdien onderdeel van onze groepsdas geworden. Hiervoor werd het symbool ook al op onze das gedragen maar dan geen zilveren!

In 1988 verenigde de Oranjegroep met de Arnhemse padverkenners en gingen verder onder de naam Oranje Padverkenners Groep Arnhem kortweg O.P.G.A. Een ledentekort dwong de O.P.G.A. In 1993 tot een nieuwe fusie met scoutinggroep “De Driesprong”. Zij gingen verder onder de huidige naam van onze scoutinggroep: De Aerendheemgroep.

Foto huidige blokhut 1971

De padvinders zweren den eed aan de Koninklijke Familie (1912)

Roode Kruis-oefeningen in Arnhem’s omgeving (1913)

Foto Links: Een padvinder wordt „gewond” tusschen twee fietsen vervoerd. Foto Rechts: Een schip vol „gewonde” padverkenners.

VIERING 100 JAAR KONINKRIJK (1913)

IN 1913 bestaat het Koninkrijk der Nederlanden 100 jaar en dat wordt groots gevierd. Arnhemsche padverkenners aan de buitensociëteit utrechtseweg.

DE 4 TROEPEN DER ARHEMSCHE PADVERKENNERS (1914)

 Links staat de vaandeldrager met het Vereenigingsvaandel, volgens voorschift N.P.B., de andere 4 zijn de Troepvlaggen. Links boven staat assistent-leider, D.J.H. Everaars (met ‘t stokje onder den arm) rechts 2 van de 3 trommelsalgers, in eht midden staat de leider N.S. Blom.  

Padvinder Etalage (1917)

In de ruime etalage van den heer N. Kramer, Ivens’ Fotohandel, Kleine Oord 2, kan men van heden af een eigenaardige uitstalling bezien die bedoeld is — en als zoodanig ook goed geslaagd is — als reclame voor de „Padvinders”. Men neme dan dit woord in tweeërlei beteekenis; de uitstalling slaat zoowel op de Arnhemsche Padverkenners en buitenstadsche collega’s als op de bekende Padvinder camera’s, de lichte, sierlijk gebouwde fototoestellen der firma Ivens, die uitmunten door hun practisch model en inrichting en voor padvinders en toeristen een uitstekende camera vormen.
Met de hulp van den heer Blom, secretaris van da Vereniging. „De Arnhemsche Padverkenners”, die een buitengewoon uitgebreide collectie op dit gebied bezit, heeft de heer Kramer deze uitstalling in gereedheid gebracht. Men ziet er in de eerste plaats een padverkenner 2e klasse, met den rang van troepleider, in volledige uitrusting, en op het punt om een foto te nemen met de camera, die hij in zijn handen houdt, een der snel-werkende reflex-camera’s, die zich zelfs bij betrokken lucht nog leenen voor momentopnamen. Rond dezen padverkenner zijn andere uitrustingsstukken verspreid, boven zijn hoofd hangt de groote Vereenigingsvlag, een geschenk der padverkenners
alhier aan hun club. Aan de wanden hangen tal van kieken, de producten der geëtaleerde camera’s; mooie kiekjes treft men daarbij aan van het kampleven en aan boord van „de Lichtstraal”, andere brengen weer belangrijke momenten uit de padvindersbeweging in beeld of toonen de collega’s in het buitenland. Twee fraaie vlaggen, deze week door Z. K. H. Prins Hendrik, beschermheer van „De Nederlandsche Padvinders”, aan de twee troepen hier ter stede geschonken, hangen voorts boven de uitstalling, waar men in bonte mengeling allerhande padvinders-lectuur, handboekjes, insignes, reglementen, krantenuitknipsels e.d. opmerkt. Daaronder zijn enkele curiosa der Arnhemsche Vereeniging, o.a. de eerste oproep voor een oefening in 1911 (nu zijn er reeds 1100 gehouden), een order tot schorsing der oefeningen in 1914 wegens de mobilisatie, een aanstelling als troepleider enz. Kleurige prentbriefkaarten van buitenlandsch maaksel, op de padvinderij betrekking hebbend, behooren voorts nog genoemd te worden van het vele hier bijeengebrachte, waartoe natuurlijk ook weer veel vermeldenswaards op fotogebied behoort; behalve vele fraaie camera’s in allerlei modellen en prijzen ziet men er o.a.’een zeer practische, opvouwbare donkere-kamer-lamp, voor padvinders en toeristen op reis zeer geschikt. Het geheel biedt veel interessants, trekt de belangstelling van het publiek en verdient deze ook; men kan er een blik werpen zoowel op het padvinders-leven en de padvindersbeweging als op de fraaie fototoestellen, die de heer Kramer hier voor padvinders en anderen voorradig heeft.

Kamp Denekamp (1926)

Onze Arnhemsche padverkenners hebben ditjaar weer, onder leiding van den heer Blom, een kamp betrokken bij Denekamp en daar in de mooie natuur van Twenthe een heerlijk weekje doorgebracht. Het vrije kampleven met zijn vele genoegens, die een stadsjongen meestal moet missen, heeft ook ditmaal zijn uitwerking op de jongens niet gemist. Foto: DE ARNHEMSCHE PADVERKENNERS nemen hun dagelijks bad in de Dinkel

De jongens aan den maaltijd. Staande bij den
vlaggestok hun leider, de heer Blom.

OP KAMP IN RIJNLAND (1927)

ARNHEMSCHE PADVERKENNERS IN RIJNLAND. — Van de Arnhemsche Padverkenners heeft Troep I een reisje gemaakt door Rijnland onder leiding
van hopman N. S. Blom. Hiernaast een paar kiekjes, op den welgeslaagden tocht genomen. Links: de troep op de Remsleid Talsperre, een muur van 25 meter hoogte, welke dient om het water voor industrie-doeleinden tegen te houden. Midden: De Rijnpoort van Zons, een middeleeuwsch nog ommuurd stadje aan
den Rijn tusschen KeuJen en Düsseldorf. Rechts: de Padverkenners trekken het stadje Zons door de Rijnpoort met hun beladen fietsen binnen.

ARNHEMSCHE PADVERKENNERS IN DUITSLAND(1928)

ARNHEMSCHE PADVERKENNERS IN DUITSCHLAND. — Hieronder beelden wij een drietal foto’s af van Groep I der Arnhemsche Padverkenners, die een fietstocht hebben gemaakt door het Noordelijk deel van den Eifel, het Ahrthal en langs den Rijn. De linker foto werd genomen bij de jeugdherberg in Julich, waar een nacht geslapen De middelste foto laat de jongens zien tijdens hun bezoek aan den burcht Nidcgaen in den Eifel. De rechter foto ten siotte geeft een kijkje op het kamp, dat men aan den Rijn bij Rolandseck had betrokken.

FIETStocht SAUERLAND (1929)

DE ARNHEMSCHE PADVERKENNERS maakten deze maand per fiets een tocht naar het Sauerland. Links: Aan den oorsprong van de Lenne op den Kahlen Astenberg in Sauerland (845 meter hoog). De Lenne is een zijrivier van de Ruhr. Midden: De padverkenners voor de Jeugdherberg   den Kahlen Astenberg (830 meter). Deze modelinrichting, die mooi is gelegen voor wintersport, behoort aan de gou Sauerland. Op den voorgrond de herbergvader. Rechts: Een morgenbad bij Schladern in een beek, die door een oude bedding stroomt van de Sieg, die hier verlegd is om twee bruggen voor de spoorbaan uit te sparen. 

Kampeerterrein  Amhemsche Jeugdherbergen  (1929)

 Zaterdagmiddag werd het Kampeerterrein van de Stichting Amhemsche Jeugdherbergen voor
de eerste maal in gebruik genomen door de Amhemsche Padverkenners. Hopman Blom met
zijn jongens voor de tenten.

20-jarig bestaan(1931) 

 DE ARNHEMSCHE PADVERKENNERS vierden op „Heijenoord” Zaterdag en Zondag het 20- jarig bestaan van hun troep.

20 Jarig bestaan Arnhemsche padverkenners 1931

JUBiLEUM 25 Jaar! (1936) 

 JUBILEUM DER ARNHEMSCHE PADVERKENNERS – De Kariboudans om het kampvuur

Jubileum 25 jaar 1936

 25 Jaar Padvinderij. VAN DE ARNHEMSCHE VERKENNERS. Herdenking in Irene. 
Zaterdag was het vijfentwintig jaar geleden dat de vereeniging,De Arnhemsche Padverkenners” werd opgericht. Twee feestelijke bijeenkomsten zijn er georganiseerd om dit feit
te herdenken; de eerste daarvan had Zaterdagavond plaats in het gebouw Irene, de tweede, waarop de padvinders zelf op zullen treden, volgt in April.Met tromgeroffel en vlaggen voorop marcheerden de padvinders door de zaal naar het podium, waar zij zich, geschaard om hun leider hopman N. S. Blom, opstelden en het Wilhelmus en Padvinderslied zingen. De voorzitter van de oudercommissie, de
heer P. Cadee, heeft dezen avond het welkomstwoord gesproken, speciaal tot overste C. D. Viehoff en den heer Kremer, vroeger leiders van de Arnhemsche Padverkenners.  Spr. wees ook op de belangstelling, die mr. H. Hannema voor dezen herdenkingsavond heeft getoond en zag daarin een bewijs van de beteekenis, welke deze kinderrechter aan de padvindersbeweging hecht.
De heer Cadee memoreerde vervolgens in het kort het eerste optreden van de padvin ders, waar men in den beginne wat onwennig tegenover stond. Doch later werd het werk beter begrepen en vond het meer waardeering;
Hoewel op het oogenblik, naar spr. meende, iets van die waardeering is ingeboet. De oorzaak daarvan ziet hij voor een deel in het weinige contact met het groote verband, het zich terugtrekken in eigen huis, en daarnaast ook
in een gebrek aan goede leiding, wat voor Arnhem niet geldt. Vervolgens heeft spr. hopman Blom gehuldigd die vijfentwintig jaar de padvinders heeft geleid, zich geheel gevend aan dit werk, streng maar vol opoffering voor de jongens.
Woorden van dank werden ook gesproken tot mevrouw Blom, die haar man niet alleen aan de padvinderij afstond, maar hem ook in zijn taak terzijde stond. Uit naam van de ouders der tegenwoordige
padvinders bood de heer Cadee hopman BLom een herinnering aan dit jubileum aan: eenruit van gebrandschilderd glas in lood, waarop de woorden: ,,21 Maart 1911 — 21 Maart 1936,
opgedragen aan hopman N. S. Blom voor zijn 25-jarig leiderschap der Arnhemsche Padverkenners”. Spontaan hieven de padvinders voor hun leider het „lang zal hij leven” aan.
In zijn dankwoord heeft hopman Blom de belofte afgelegd nog lang zijn best te zullen doen voor de padvinderij. Mevrouw Blom werd met een groote mand bloemen gehuldigd. Guido Geuze, de leidster van de padvind-
sters, bood namens de meisjes een boek aan den hopman aan, een oud-padvinder bracht namens de oude garde felicitaties over. Hierop marcheerden de padvinders van het tooneel.
Na een korte pauze was voor het verdere deel van den avond het woord aan hopman Blom, die de geschiedenis van den troep de revue liet passeeren.

Op 3 Maart 1911 kwam het bestuur van Arnhemschen Bond voor Lichamelijke Opvoeding bijeen ter bespreking van de vraag of de bond over zou gaan tot de oprichting van de padvinderij. Met een stem meerderheid werd besloten het niet te doen. Toen nam de
heer Viehoff met eenige andere heeren het initiatief en op 21 Maart van dat jaar werd de vereeniging opgericht. Van de bepalingen die werden vastgesteld memoreerde spr. dat de jongens gekeurd raceten worden voordat zij als lid worden toegelaten; een bepaling die nu
nog bestaat.De jongens waren de ouderen echter voor, op 12 Maart hielden zij al een oefening. Op dezen avond, 21 Maart 1936, is men aan de 4450 oefening. Eerste leider was de heer Viehoff, spoedig daarop ook de heeren Kremer en Blom.
Hopman Blom heeft veel gebeurtenissen uit de voorbije jaren in de herinnering gebracht. Op 3 Mei 1911 gingen alle jongens naar den bioscoop, het Cinema Palace op de plaats waar nu het Rembrandt Theater is; er
werd een Engelsche padvindersfilm vertoond. Spr. vertelde van het contact met andere afdeelingen, van oefeningen en kampeertochten. Op 10 Juni had de eerste Installatie plaats in de Buiten Sociëteit. Veel lief en leed uit het
leven van den troep, de wisseling van leiders en bestuursleden, passeerde de revue. Zoo werd op 31 Augustus de parade Onderlangs bijgewoond; 9 september 1911 moest de oefening afgelascht worden in verband met oorlogsgeruchten. Aanvankelijk was de padvinderij meer voor jongens uit bepaalde kringen, doch al spoedig eischten de leiders in Arnhem van het bestuur het beschikbaarstellen van geld om uniformen te koopen voor de jongens die deze niet zelf konden betalen. Herinnerd werd ook aan den mobilisatietijd, de padvinders hielpen bij de inrichting van de H. B. S. tot kazerne en bij het ophalen van kranten voor de militairen. De zorgen voor de vluchtelingen kwamen voor een deel ook op de schouders van de pad vinders.

Belangrijke data voor de Arnhemsche ver kenners, waren 8 en 9 Mei 1918, wijlen Prins Hendrik bracht hun toen’ een bezoek. Op 8 Mei werd een groote uitvoering gegeven in Musis Sacrum, 9 Mei was er een veldoefening waarbij Prins Hendrik aanwezig was. 15 Juli
van dit jaar werd er een Joodsche troep opgericht, die later echter weer opgeheven werd. Prins Hendrik kwam voor de tweede maal in Arnhem bij gelegenheid van een vergadering van troepleiders ifit het geheele land in het 1919. In 1920 gingen 35 Arnhemsche pad-
vinders naar de eerste jamboree in Engeland, gevolg daarvan werden in dat jaar ook en voortrekkers opgericht. Een andere belangrijke datum was 23 April, toen generaal de hoofdverkenner hier een leimeemaakte. In November 1922 werd
Christelijke troep opgericht, doch evenals J.codsche later weer ontbonden. Na de opsomming van deze belangrijkste heeft hopman Blom een groote reeks lantaarnplaatjes laten zien en daarbij het een en ander verteld, speciaal over
kampleven en de tochten. Vooral voor deen oud-padvinders die zichzelf ofherkenden en door den hopman werden aan hun eigenaardigheden, dit een vroolijk deel van het programma. plaatjes werden afgewisseld door een film in 1925 door het Luxor Theater werd op en voornamelijk betrekking had óp kampleven o.a. de kampen die ieder jaar Wolfheze gehouden worden. Spr. herinnerde tenslotte nog aan fle inzindie in 1934 geconstateerd moest worden; waren toen slechts 9 leden, welk aantal nu
is gegroeid tot 35. Voordat men om ruim half elf uiteen ging een der aanwezigen nog het woord om te deelen hoe ham in de praktijk gebleken dat de padvinders nuttig werk doen: bij een ongeval zou een meisje zeker doodgebloed
zijn, als padvinders niet op deskundige wijze de eerste hulp hadden verleend. Hopman Blom. wekte de aanwezigen, en vooral de oud-padvinders, op ook in April aanwezig te zijn, als zijn jongens hun kundigheden zullen demonstreeren.